In het Land van Dendermonde en het Land van Waas ontwikkelde men een unieke techniek om vlas te roten, perfect afgestemd op het waterrijke landschap. Deze modderroot, of blauwroot, gaf het vlas een blauwgrijze glans en een uitstekende reputatie. Vandaag de dag zijn deze waterpartijen stille getuigen van een rijke vlasgeschiedenis en spelen ze een belangrijke rol in waterbeheer en als schatkamers van biodiversiteit. Met het erfgoedproject Stille waters brengt Lies Vervaet van IOED Schelde-Durme deze vergeten plekken opnieuw tot leven en deelt ze de verhalen van de laatste generatie die dit ambacht nog zelf beleefde.
Tot de jaren 1850 zijn het Land van Dendermonde en het Land van Waas in Oost-Vlaanderen belangrijke vlasgebieden in Noordwest-Europa. Vlas groeit er op 10% tot 15% van de landbouwgrond en is cruciaal voor de lokale economie. De schaalvergroting en industrialisering van de vlassector, zoals die in de Leiestreek plaatsvindt, gaat grotendeels aan de regio voorbij.
Een belangrijke stap in de vlasverwerking is het roten, waarbij de vezels van de houtachtige kern worden losgeweekt. Het roten in stromend water zorgt eeuwenlang voor problemen zoals vissterfte, geuroverlast en hinder voor scheepvaart, brouwerijen en blekerijen. Het wordt daarom al in de 17e eeuw bij wet verboden. Enkel de Leie krijgt begin 19e eeuw een uitzondering, die zou duren tot 1943.
De boeren in het Land van Dendermonde en het Land van Waas ontwikkelen daarom een eigen techniek om hun vlas in stilstaand water te roten, geholpen door het overvloedige water dat het landschap tekent. Waas zou bijvoorbeeld letterlijk “drassige grond” betekenen in het Middelnederlands. Ze creëren speciale rootplekken door natuurlijke waterlopen en waterpartijen te verbreden en verdiepen, en kleine bassins af te sluiten met dammen. Het vlas houden ze onder water met modder of takken met graszoden. Dit geeft het vlas een blauwgrijze, glanzende schijn – een eigenschap die zeer geliefd is op binnen- én buitenlandse markten.
Deze techniek, bekend als modderroten of blauwroten, is een mooi voorbeeld van hoe boeren het natuurlijke landschap vakkundig weten in te zetten. De rootplekken liggen vaak tussen de meersen en het akkerland, waar de boeren profiteren van de getijden van de Schelde, Durme en Dender. Ze zetten bij hoogwater talrijke kleine sluisjes open zodat het water op het juiste moment binnenstroomt om de vlasrootputten te vullen. Het vlas mag nooit droog komen te staan. Dat was niet evident in hoogzomer, het rootseizoen in regio Waas en Dender.
Ondanks het economische belang van deze techniek weten we vandaag nog weinig over de exacte locaties, de sociale dynamiek en de ervaring van dit werk. Met het erfgoedproject Stille waters brengt IOED Schelde-Durme samen met andere regionale erfgoedorganisaties, Texture, de UGent en gesteund door de provincie Oost-Vlaanderen daarin verandering. Medewerker Lies Vervaet houdt interviews met ruim 35 ooggetuigen en vindt onverhoopt zelfs twee 95-plussers die nog zélf hebben geroot. Ze legt hun ervaringen vast samen met de rapporten van 19e-eeuwse landbouwkundigen en historische bronnen zoals boedelbeschrijvingen.
Haar onderzoek levert waardevolle inzichten op over het arbeidsintensieve en tijdrovende proces van vlasroten, dat ook nog eens veel ervaring en nauwgezette monitoring vereiste. Ze stelt ook vast dat het modderroten vaak werd gecombineerd met dauwroten – een methode waarbij het vlas na het roten in de open lucht werd uitgespreid. Dit levert een nog betere kwaliteit op, maar vergt ook nog meer werk. Deze ‘rootputten’ worden ook verhuurd, in het begin van de 19e eeuw zelfs tegen een prijs die vier tot zeven keer hoger ligt dan de prijs van akkerland.
De vlasrootputten zijn niet alleen van economisch belang, ze spelen ook een rol in het dorpsleven. In de winter schaatst de jeugd erop en in de zomer wordt erin gezwommen. Het verlies van de vlasnijverheid na de Tweede Wereldoorlog leidt in de regio tot het verdwijnen van veel rootplekken. Vandaag herinneren slechts een paar overblijfselen nog aan dit bijzondere landschappelijk erfgoed.
Gelukkig beseffen we steeds meer hoe waardevol deze vlasrootputten zijn – niet alleen als herinnering aan de regionale vlasgeschiedenis, maar ook als kleine waterreservoirs die een natuurlijke habitat zijn voor tal van planten en dieren. Zo fungeren ze als schatkamers van biodiversiteit en kunnen ze een rol spelen in het bufferen van water. Het beheer en herstel van de vroegere vlasrootputten kan dus niet alleen ons verleden bewaren, maar ook bijdragen aan een duurzame toekomst. Of hoe erfgoed, natuur en landschap elkaar versterken!
Dit artikel verscheen eerder in Magazine Studio Texture, editie voorjaar 2025. In dit magazine bundelen we onze programmatie én brengen we verhalen van makers, meesters en kunstenaars.