Wie het werk van de Brusselse vouwkunstenaar Dewi Brunet in een hokje probeert te duwen, is eraan voor de moeite. Kunst, technologie, biologie, ambacht, wiskunde: Brunet combineert al deze domeinen schijnbaar moeiteloos tot bijzondere sculpturen en installaties. Als toeschouwer kan je niet anders dan er gebiologeerd naar blijven kijken.
Eén ding is zeker: de werken van Brunet zijn organisch gegroeid, net als de plantenwereld waarnaar hij graag verwijst. Hij is urbanist van opleiding en raakte al snel gefascineerd door vouwtechnieken en de toepassingen ervan in heel uiteenlopende contexten. Plisseren, of het maken van fijne plooien in stof, was bijvoorbeeld ooit een bloeiende niche binnen de textielindustrie. Vandaag vind je in ons land geen bedrijven meer die zich hierin specialiseren, enkel nog een paar kleine ambachtelijke ateliers die vooral voor de haute couture werken.
De mogelijkheden gaan nochtans zoveel verder en Brunet heeft er dan ook zijn missie van gemaakt om de knowhow van vouwtechnieken te bewaren: “Vouwtechnieken zoals plisseren zijn vandaag nauwelijks nog gekend en bijna niemand weet nog hoe het moet. Het zijn dan ook vrij complexe, manuele technieken die je niet zomaar even snel online leert. Zowat een derde van mijn artistieke praktijk besteed ik daarom aan het geven van opleidingen. Ik werk vooral met universiteitsstudenten in architectuur, kunst of textiel. Workshops voor het brede publiek, zoals nu bij Texture, zijn eerder uniek.”
Het gaat Brunet niet alleen om het bewaren van vouwtechnieken, maar om ze levendig te houden. Voor hem zijn origami, plisseren of zijn favoriete techniek, froissage, niet enkel een ambacht of kunst. Ze bieden vooral ook een tastbare manier om naar de wereld te kijken en te onderzoeken of er andere denkbare werelden mogelijk zijn. Sinds 2019 doet hij dat onderzoek deels aan Inria, het Franse nationale onderzoeksinstituut voor digitale wetenschappen en technologie. Hij werkt er samen met de robotica-afdeling om de toepassingen van vouwtechnieken bij de ontwikkeling van robots te verkennen.
En ook, zo geeft hij mee, om een beetje poëzie in de wereld van technologie binnen te sluizen: “Ingenieurs zijn sterk gericht op het ontwikkelen van nieuwe toepassingen. Ze zien een probleem, dus ze zoeken naar een oplossing. Dat is allemaal heel rechttoe rechtaan. De robots die ze ontwikkelen zijn dan ook heel functioneel. Terwijl robots ons ook kunnen doen stilstaan bij onze angsten en verlangens, ons kunnen dwingen om dingen in vraag te stellen en de vinger op de onderliggende problemen te leggen.”
Waar papier plooit, buigt ook ons denken mee.
Die extra dimensie zie je heel mooi in zijn immersieve installatie Plantoïd, die in het najaar van 2025 in Texture te zien was. In een grote papieren structuur bewegen robots zich voort, subtiel, ademend, groeiend, krimpend en zich weer uitvouwend zoals planten. Die keuze voor de plantenwereld is heel bewust: “Als we robots maken, zijn die vaak geïnspireerd op het uiterlijk en de kenmerken van mensen en dieren, heel zelden van planten. Raar, want planten maken zowat 80% van de biomassa op aarde uit. We zien planten nog veel te vaak als bron van zuurstof en voeding of als decoratie. Terwijl wetenschappers en filosofen al langer beseffen dat planten méér zijn dan een bron, het zijn slimme organismen.”
Door de integratie van robotica en ecologie in zijn vouwkunstwerken, wil Brunet het binaire denken doorbreken: “Wanneer we het over de toekomst hebben denken we vaak, toch zeker op het vlak van ecologie en technologie, in tegenstellingen. Het is zwart of wit, utopie of dystopie. Ofwel worden machines onze redding, ofwel onze ondergang. Ik wil in mijn werk net ruimte creëren voor nieuwe verbeeldingen en manieren aanreiken om anders na te denken over de toekomst. Dat is de kern van mijn onderzoek en mijn artistiek werk.”
Straks gaat Brunet trouwens een nieuwe fase van zijn onderzoek in. Daarin werkt hij opnieuw samen met Inria. Deze keer is de beweging eerder omgekeerd. Waar hij in een eerste fase zocht naar manieren om manuele vouwtechnieken levendig te houden door de integratie van technologie, wil hij nu uitzoeken hoe robots anders vorm kunnen krijgen. Door te werken met biogebaseerde materialen bijvoorbeeld. Of door de motor te vervangen door low-tech mechanismen geïnspireerd door de vouwtechniek.
Maar misschien is ook dit weer te zwart-wit gesteld. Constante in zijn onderzoek blijft sowieso het doorbreken van binaire patronen en het opentrekken van onze verbeelding van de toekomst. Wat start met ragfijne plooien in papier of stof, wordt zo een uitnodiging om anders te kijken en te denken.
Dit artikel verscheen eerder in Magazine Studio Texture, editie voorjaar 2026. In dit magazine bundelen we onze programmatie én brengen we verhalen van makers, meesters en kunstenaars.